Emile Jaensch
Bestuurder Stadsdeel Amsterdam Zuidoost (VVD)
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste artikelen

Ik ben in training. Volgende maand hoop ik voor het eerst van mijn leven een marathon te lopen. Het idee van ruim 4 uur hollen spreekt me nog niet aan. Veel verder dan ruim twee uur lopen kwam ik tot nu toe niet. Maar nu het lijf nog een beetje meewerkt wil ik kijken of ik ook de 42 kilometer in mijn leven kan afstrepen. Wie denkt dat dit stukje over hardlopen gaat heeft het mis.

Tijdens het lopen stop ik af en toe voor een terras. Waar ik dan iets drink om de dorst te lessen. Je vergeet dan even dat het nog een eind is om terug te keren naar waar je moet zijn.

Afgelopen zondag brak ik de afstand vanaf Oegstgeest niet alleen met een drankje maar ook met een bezoek aan een museum. De kustlijn van Noordwijk is geen toonbeeld van elegantie. Maar wie beter kijkt ziet achter het beton de pareltjes van weleer. Nadat de tram, die reed tussen Leiden en Noordwijk, in 1960 de dienstregeling staakte, kwamen de kolossale gebouwen die nu nog de boulevard sieren.

Het Genootschap Oud Noordwijk koestert het historisch erfgoed en aan het Jan Kroonsplein 4 opende men ruim een halve eeuw geleden een tentoonstellingsruimte onder de naam Museum Noordwijk. In het ruim 350-jarige pandje, de enige nog bestaande binnenduinse hoeve van ons land, komt de geschiedenis van het kustdorp tot leven. De visserij en klederdracht worden mooi in beeld gebracht. En ook de schilderkunst en aardewerk en keramiek krijgen een fraaie plek in de hoeve. Bijzonder is ook de tijdelijke tentoonstelling met letterlijk gouden Olympische sporters. In de kleur van het hoogste schavot zijn vaderlandse olympiërs vastgelegd door een lokale fotografe.

En zo stiefelde ik na een uurtje historie weer verder richting Oegstgeest. Er zijn overigens nog twee musea in Noordwijk. Het streekmuseum Veldzicht mag nog een vernieuwd bezoek van me verwachten en ook Museum Engelandvaarders lijkt me een omloopje waard. Zo wordt marathonlopen toch ineens heel leuk.

NB Om de hoek van het museum Noordwijk staat een visserijhuisje. In de tuin staat een typisch geimporteerd paaltje. Die vissers gaan tegenwoordig behoorlijk buitengaats.

Reacties (1)

Afgelopen week ging ik op bezoek bij onze buren; Centrum '45. Al tientallen jaren is dit instituut gevestigd naast de Jelgersma Kliniek (sinds 1999 ons gemeentehuis). In 1945 is de stichting opgericht om te werken aan de trauma's van de ernstig getroffenen van de Tweede Wereldoorlog. Centrum '45 valt inmiddels onder de Arq Psychotrauma Expert Groep met diverse instellingen die zich bezig houden met gevolgen van schokkende gebeurtenissen.

Men heeft twee vestigingen, in Diemen en Oegstgeest. De lokatie in onze gemeente zal over een paar jaar sluiten en worden verplaatst naar nieuwbouw in Diemen. In totaal werken voor de groep ruim 400 medewerkers. Tot die tijd vinden hier behandelingen plaats. Niet alleen maar bij slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, inclusief daaropvolgende generaties. Maar ook bij veteranen, politiemensen en getroffenen van rampen. Zo was het centrum betrokken bij de begeleiding van slachtoffers van de Bijlmerramp en recenter de vliegramp MH17.

Ik maakte kennis met één van de taakgebieden van het centrum. Zo doet men in Oegstgeest baanbrekend medisch-wetenschappelijk onderzoek naar de behandeling van posttraumatische stress stoornis bij veteranen. Op een loopband krijgen deelnemers een therapie met oorlogsbeelden en muziek. Bedoeling is om hiermee chronische trauma's te bestrijden. Ik nam zelf plaats op de loopband en ervoer hoe een deelnemer dit ondergaat. Ik was onder de indruk van de toewijding van de medewerkers op deze rustige plek.

Reacties

Eens in de paar maanden krijgt Oegstgeest er een aantal nieuwe Nederlandse staatsburgers bij. Vandaag hebben bij de naturalisatieceremonie 9 inwoners de Nederlandse nationaliteit verkregen. De achtergronden zijn weer zeer divers. Bewoners zijn afkomstig uit Irak, Rusland, Oekraine, Verenigd Koninkrijk, Suriname en Griekenland. De meesten van hen wonen overigens al jaren in Oegstgeest. Het was weer mooi om te zien hoe dankbaar deze bewoners zijn om deel uit te maken van onze gemeenschap.

Voor een dame was deze dag het moment om haar hoge hakken te verwisselen voor houten schoenen. 

 

 

 

Reacties

Vandaag was ik in wellicht het kleinste museum van Leiden, het Wevershuis. Oorspronkelijker dan dit ga je het in onze regio niet zien. Niks opgepoetst. Geen collectie. Suppoosten horen hier niet. Hier snuif je de geschiedenis van een arbeidersbuurt op.

De middeleeuwse wijk met de Langegracht, Middelstegracht, Uiterstegracht en de Haver- en Gortbuurt, stond halverwege de vorige eeuw op de nominatie om fors te worden gesaneerd. De grachtjes werden gedempt. Veel is gesloopt of zwaar gerenoveerd. Aan de Middelstegracht 143 woonden nog wat studenten toen de verpauperde buurt bijna was opgelapt. Toen de laatste oud-student in 2003 vertrok kwam het idee om dit 'krot' in zijn oorspronkelijke staat te behouden. En zo kreeg de stichting Museum Het Leids Wevershuis zijn plek.

De wevers hebben al een lange historie in de sleutelstad. De Lakenhal toont dat prachtig, al is de hal momenteel niet open voor publiek vanwege een verbouwing. Vrijwel alle wevershuizen zijn afgebroken. Wie dit pandje binnen stapt ruikt de tweede helft van de 19e eeuw en ervaart hoe de wevers gedurende eeuwen leefden. Sommige oudere delen uit de 16e eeuw, zijn nog bewaard gebleven.

Bijna dagelijks wordt het antieke weefgetouw in de voorkamer, gebruikt. Tientallen vrijwilligers met warme belangstelling voor textiel houden de geschiedenis levend. Voor liefhebbers zijn de handgeweven producten ook aan te schaffen tegen schappelijke prijzen. En als het weer wat kouder wordt gaat de potkachel aan.

Momenteel is er een tentoonstelling van weefwerken en van vilt en quilt in het kader van De Stijl. Het intieme museum is open van dinsdag tot en met zondag van 13 tot 16 uur. Entree is kosteloos maar een bijdrage wordt op prijs gesteld. Een wandeling langs de hofjes in de buurt is aan te raden. Dan kan al beginnen in de naastgelegen Zwartehandspoort.

Meer info op: www.wevershuis.nl

Reacties

Toen ik solliciteerde voor de functie burgemeester van Oegstgeest stond in de vacaturetekst dat binnen de gemeentegrenzen twee musea waren gevestigd. Nu kende ik Corpus, prominent gelegen naast de A44.

Ik ben inmiddels meerdere malen op bezoek geweest in deze 'reis door de mens'. En ik mocht er koningin Maxima ontvangen in maart 2016 bij een congres over de toekomst van de gezondheidszorg. Deze zomer 'ontdekte' ik eindelijk het tweede museum van ons dorp, een knusse toonzaal aan de Apollolaan 384 gelegen tussen verpleeghuis Van Wijkerslooth en woonzorgcentrum Rustenborch. Het in 2012 geopende Herinneringsmuseum heeft een officiele vernoeming in de landelijke museumgids.

In een tweetal kamers zijn attributen te zien uit voornamelijk de eerste helft van de twintigste eeuw. Het brengt bezoekers even terug in de tijd. Oude herinneringen komen weer boven. Het zien van meubels en gebruiksvoorwerpen uit vroeger tijden helpt om verhalen te vertellen aan elkaar. Het doet een beroep op de unieke herinnering van elke oudere. Maar ook voor scholieren geeft de ruimte een blik op het verleden.

'Verboden af te blijven', kreeg ik uitdrukkelijk mee. Het is de bedoeling dat je lekker kunt grasduinen in laatjes en voorwerpen door je handen laat gaan. Zo trof ik bonnenkaarten uit de Tweede Wereldoorlog en draaide ik even aan de Singer tafelnaaimachine.

Dinsdag tot en met zondag is het museum open van 14 tot 16.30 uur. De toegang is gratis. Mede met dank aan Marente die het huis beheert en de tientallen vrijwilligers die het verleden dagelijks koesteren. 

Reacties (2)

Nu de agenda deze zomer wat rustiger is, heb ik de mogelijkheid, om nader kennis te maken met organisaties in ons dorp. Deze week was ik te gast bij het Vogelasiel aan de Haarlemmerstraatweg 12. Al decennia worden op deze plek gevonden dieren liefdevol verzorgd. Vogels worden ingebracht vanuit de hele regio, van Katwijk tot Zoeterwoude en Noordwijkerhout.

De sfeer bij het bezoek is gemoedelijk. Aan de thee komen de meest bijzondere beesten uit de afgelopen jaren naar boven. Kaaimannen, leguanen en roofvogels spreken tot de verbeelding. Maar ook de rood- en geelwangschildpadden en gierzwaluwen komen ter tafel.

Tot voor kort werden allerlei dieren naar Oegstgeest gebracht. Dat werd te druk voor coördinator en gezicht van de opvang, Carla van Steenbergen en haar man Joris. Daarom worden sinds deze maand alleen vogels en reptielen opgevangen, de rest gaat met de ambulance naar Leiden. De meeste reptielen worden na een eerste inspectie doorgeleid. Vogels blijven in het asiel om aan te sterken, totdat ze weer in het wild kunnen worden losgelaten.

Men is hierbij afhankelijk van vrijwilligers. In april dit jaar deed het asiel een oproep voor meer vrijwilligers. Dat heeft geresulteerd in een lichte aanwas. Zo'n 15 mensen komen momenteel een paar uur per week naar het asiel om hand- en spandiensten te verlenen. 

Ik maakte kennis met twee jonge dames uit ons dorp Teresinha (links op foto) en Judith (rechts). Ze komen allebei uit de Bloemenbuurt en zijn sinds enige maanden actief als vrijwilliger. De voorliefde voor dieren hebben ze allebei. Teresinha heeft thuis een hond, enkele reptielen waaronder een baardagaam en twee aquaria. Judith is net begonnen met een poes maar heeft in het wild al heel wat in de wereld gezien. Kortom je moet een beetje gek zijn van beesten als je hier aan de slag gaat.

Ik loop met de dames langs de hokken en kooitjes en zie veel duiven en meeuwen. Soms zijn ze gepakt door een kat of poes. Maar ook een jong puttertje en een merel behoren tot het kroost. Vaak lukt het om de vogels groot te brengen of te laten herstellen. Maar soms komt de hulp te laat. Dat is gelijk ook de vervelende kant van het werk. Maar vogels belanden soms niet voor niks naast hun nest of worden een prooi van een roofdier. Het mooiste moment is als de vogel zijn vrijheid meer terugkrijgt en de wijde wereld in vliegt. Niet ver van de begraafplaats tegenover het groene kerkje worden veel van gevederde vrienden losgelaten.

Ik kreeg een fantastisch inkijkje in het vogelsasiel van Oegstgeest. Heb je belangstelling om vrijwilliger te worden? Bel dan even met 071-5172488.

Reacties (1)

In juni van dit jaar ging ik wederom op bezoek in de Hedwigepolder. Ik was er al verschillende malen in de afgelopen tien jaar en schreef er ook over op dit blog. Mijn excursie vorige maand was op uitnodiging van de gemeenten in de provincie Zeeland. Het maakte onderdeel uit van een programma in kader van jaarlijkse congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in Goes. Een bus voor liefhebbers voor een van de bekendste polders van ons land ging op pad.

Onder begeleiding van de inspirerende spreekstalmeester, de burgemeester Jan Frans Mulder van de gemeente Hulst waartoe de polder behoort, kregen we uitleg over de recente ontwikkelingen. 

Aangekomen in het gebied stonden we eerst stil aan Belgische zijde, in de Zoetenberm, met de kerncentrale van Doel op korte afstand. De perikelen van de centrale alsmede het bijna verspookte dorp Doel kwamen kort ter sprake. Maar de blik werd snel gericht vanaf de dijk achter ons. Daar was al te zien hoe het Belgische deel van de Prosperpolder al ontdaan was van boerderijen en was omgeploegd tot een getijdegebied in wording. De geulen lagen er al. Nu de zee nog. Het wachten is op het moment dat de graafmachines over de grens, aan de slag kunnen. Onderstaand een blik op de dijk in het het Nederlandse deel, met links het getijdegebied van het Land van Saeftinghe en rechts de Prosperpolder.

Dat moment lijkt steeds dichter bij te komen. De onteigening van de polderbaas De Cloedt is in gang gezet. Hij heeft zich tot nu toe verzet tegen de ontpoldering. Maar nu de Belg het water aan de lippen staat gaat het verhaal dat hij met zijn eigen bedrijf de vier kilometer lange dijk wil afbreken en zijn land aan de zee wil geven. De Cloedt is namelijk ook de grote man van een internationaal bagger- en bouwbedrijf dat zijn naam draagt.

Het Hedwige-Prospergebied grenst aan het Verdronken Land van Saeftinghe. De gezamenlijke oppervlakte van het te ontpolderen gebied bedraagt zo'n 500 hectare, hoorde ik de projectleider uitleggen.

Nadat we dijken hadden geinspecteerd kam de innerlijke mens aan bod. In het naburige volkscafé 'Het Verdronken Land' heeft de tijd nog stil gestaan. Zwaluwen broeden er jaarlijks hun kroost uit in de opkamer. Bij het bier krijgt men krukels (alikruiken) en brood met reuzel. Ik ontmoette er een paar uit het West-Vlaamse Roeselaere. Ze kwamen hier al meer dan een halve eeuw de zeelucht opsnuiven. Wellicht maken ze nog mee dat de zee nog een paar kilometer hun kant opkomt.

Reacties (1)

Een poosje terug had ik op mijn kantoor een gesprek over het onderhoud van graven in Oegstgeest van in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde strijders. Mijn tafelheer stelde zich voor als Léon Vlasveld. Vol passie vertelde hij over de toestand van de graven. Regelmatig had hij nog contact met familieleden van de slachtoffers die de graven wilden bezoeken. De gemeente Oegstgeest heeft Léon Vlasveld benoemd tot consul voor de oorlogsgraven. De functie van consul is een nevenfunctie. In het dagelijks leven is Léon gemeenteambtenaar.

 

Tegen het einde van het gesprek vroeg ik of hij nog andere hobby's had. Alsof hij de vraag had verwacht legde hij vol trots een recente editie van het blad 'Bromfiets' op tafel. Daarin stond een artikel van zijn hand over het merk ''Zündapp". Het Duitse merk bestaat al 100 jaar. Maar de laatste brommers werden begin jaren tachtig geproduceerd, vertelde Léon me. Als bestuurslid van de Zündapp Veteranenclub schreef hij al eerder een boek, getiteld: Een geweldig merk.

Onlangs op de veteranendag toonde Léon zijn unieke exemplaar uit 1939. Hij rijdt er bij speciale gelegenheden nog op. Wie kent er overigens nog de afkorting van Zündapp? (*) Zelf reed ik in mijn jonge jaren een Tomos 4L (50cc), met het kenmerkende eitje als bezinetank en voetschakeling van vier versnellingen. Zeker met wat Zeeuwse wind in de rug kon je daar vlot mee op je bestemming komen. Maar met de buikschuiver van de Zündapp kon je toen nog wel een tikkie harder.

(*) Ziet U Niet Dat Alles Precies Past

Reacties

Bij mijn aantreden in Oegstgeest, in februari 2016, kreeg ik de kamer toegewezen die al enige tijd toebehoort aan mijn functie. De vraag was of ik iets wilde wijzigen. De waarnemend burgemeester die ik opvolgde, Jan Waaijer, had de werkkamer intact gelaten indachtig de inrichting van zijn voorgangster Els Timmers-Van Klink. Zij was burgemeester in onze gemeente van 1998 tot en met 2014. Ik heb haar het afgelopen jaar leren kennen als een charmante vrouw met een buitengewoon goede smaak. Die overtref ik naar mijn oordeel niet snel. Derhalve heb ik besloten haar ordening van meubels en wandversiering nog een tijdje in stand te houden.

Els Timmers-Van Klink op een foto die hangt in gemeentehuis

Iedere werkdag valt in mijn kamer mijn blik op het drieluik aan de wand. En steeds zie ik er weer een andere verschijning in. De schilderijen dragen de handtekening van Fiep Lever. Veel meer wist ik er tot voor kort niet van. Totdat ik vorige maand een briefje ontving van de maakster van het werk. Ze schreef dat de schilderijen in bruikleen zijn en wilde ze schenken aan de gemeente. Ze stelde het op prijs om haar werk nog een keer te zien. Dat voorstel omarmde ik graag. En gisteren had ik Fiep Lever-Smitskamp te gast in mijn kamer. Voor mij een mooie gelegenheid om kennis met haar te maken en meer over de achtergrond van de schilderijen te weten te komen.

 

Mevrouw was trots dat haar werk op deze plaats hangt. Ze had een stil vermoeden dat het op een zolder stond. Niets bleek minder waar. Snel werd duidelijk dat we te maken hebben met abstracte kunst. Daar mag ieder in zien wat hij of zij wil. De maakster heeft er geen andere bedoeling bij gehad dan een uiting van haar optimistische geest. Dat is een geruststellende gedachte. De drie schilderijen zijn geselecteerd door Els Timmers-Van Klink in 2006 bij een expositie in het toenmalige Atelier Instock aan de Terweeweg. Ze komen uit dezelfde serie en de burgemeester heeft ze toen als drieluik in haar werkkamer gehangen.

Fiep Lever-Smitskamp is gestart met haar creatieve professie nadat haar kinderen het huis uit gingen. Ze is medio 2009 gestopt, na ruim 30 jaar, omdat haar ogen en handen slechter werden. Ze maakte naast schilderijen ook wandkleden en beeldhouwwerk. Veel van haar werk is verkocht. Ze is inmiddels 94 en woont met haar man in Warmond. Daarvoor woonde ze op de Van Slingelandtlaan In Leiden, op het randje van Oegstgeest. En jaren daarvoor liet het echtpaar een huis bouwen op De Voscuyl. Ze doen nog steeds hun boodschapjes op De Kempenaerstraat. Mevrouw puzzelt nog regelmatig en speelt bridge. En ook leeft ze erg mee met de politiek in Nederland en het buitenland. 

Het was me een waar genoegen om de kunstenares te ontmoeten. Ze was helder van geest en zeer belangstellend naar het ambt. Ik heb haar namens de gemeente hartelijk bedankt voor de drie schilderijen.

Reacties
Vanochtend krijg ik een presentatie 'naar een duurzame afname van woninginbraken'. Met de burgemeesters uit de regio krijgen we inzicht in de succesfactoren van de aanpak in de afgelopen jaren. En we trekken lessen voor de komende jaren. Per 1000 woningen daalde in de eenheid Den Haag de kans op woninginbraken van 13 in 2013 naar 8 in 2016. Voor Oegstgeest geldt voor deze periode een daling van een kans van ongeveer 8 naar 5 op 1000 woningen.
 
Een pallet aan maatregelen heeft daar aan bijgedragen, zoals meer blauw op straat, voorlichting en een persoonsgerichte aanpak van notoire inbrekers. In onze gemeente hebben we sinds een aantal jaar in de Algemene Plaatselijke Verordening een verbod opgenomen op het bij je hebben van inbrekerswerktuigen. Met enige regelmaat zet de politie voertuigen in Oegstgeest aan de kant waarbij gereedschap voor dieven wordt aangetroffen. Die gaan met een forse boete en een lichtere auto terug naar huis.
 
We kunnen de politie, in het bijzonder onze drie wijkagenten, een pluim geven. En ook onze twee buitengewone opsporingsambtenaren (ook wel BOA's genoemd) dragen bij aan onze veiligheid. Maar wellicht wel de belangrijkste rol bij het voorkomen van inbraken, aldus de presentatie, is weggelegd voor 'de burger'. Bij maar liefst zo'n drie van de vier misdrijven is de heterdaadmelding van de burger doorslaggevend geweest voor de oplossing, zo leren we vandaag.
 
Mooi voorbeeld hiervan zijn de Whatsapp-groepen, waar inmiddels een paar duizend bewoners uit Oegstgeest, bij zijn aangesloten. Dit is een particulier initiatief  onder de naam Oegstgeestalert.nl. Uit onderzoek in Tilburg blijkt dat met dank aan deze vorm van buurtpreventie het aantal inbraken met circa 40% is gedaald. En die daling blijkt langdurig. Daarbij speelt dat de borden in de buurt een afschrikeffect hebben. En er is een verhoogde alertheid en meldingsbereidheid in buurten waar een whatsapp-groep actief is.
 
Ook hondenbezitters worden gezien als een groep die in het bijzonder alert is op verdachte situaties. Ze kennen de wijk goed en zijn vaak nog laat op pad, aldus de presentatie. Oegstgeest heeft veel honden dus ik zie het grote aantal hondenbezitters ook als oorzaak voor de verlaagde kans op inbraken in onze gemeente. Al zeg ik er eerlijk bij dat toen de inbraakkans hoger was, we ook al veel honden hadden.
 
Een andere vorm waarbij bewoners zich kunnen inzetten is Burgernet. Via een bericht van de politie kan een signalement van een verdachte worden verspreid in een straal rondom de locatie van een (poging tot) inbraak. In Oegstgeest is ruim 5% van onze inwoners inmiddels aangesloten op Burgernet. Maar als ik kijk naar de gemeenten om ons heen dan is dit percentage aan de lage kant.
 
De kans van 5 inbraken op 1000 woningen in Oegstgeest kan gelezen worden als laag. Maar iedere inbraak heeft een enorme impact op bewoners en is er dus één te veel. Kortom ik nodig de lezers graag uit om zich bij Burgernet aan te sluiten. Aanmelden kan hier
Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl